Duurzamer VughtSamen naar een groen 2050
Duurzamer VughtSamen naar een groen 2050

Veel gestelde vragen zonne- en windenergie

De gemeente Vught heeft in het voorjaar van 2024 een drietal inloopavonden georganiseerd om de inwoners van Helvoirt, Cromvoirt en Vught te informeren over de grootschalige opwek van zonne- en windenergie. De inloopavonden zijn erg goed bezocht. Er waren veel vragen. Ook hebben we gemerkt dat er nog veel onrust en onduidelijkheid is over onder andere de gebieden die onderzocht zijn voor de opwek van windenergie, de gezondheidsrisico’s en de grootte van de windmolens. We hopen dat we met de drie inloopavonden meer duidelijkheid hebben kunnen geven en dat we wat onrust en onduidelijkheid weg hebben kunnen nemen bij onze inwoners.

Onder aan deze pagina staat een Veel gestelde vragen lijst (FAQ) met de belangrijkste vragen en antwoorden over de grootschalige opwek van zonne- en windenergie in Vught. We zullen deze lijst de komende tijd regelmatig verder aanvullen en actualiseren.

 

[Link naar de kaart met de viewpoints via Bosch en van Rijn]

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat windturbinegeluid kan leiden tot overlast bij omwonenden. Deze overlast treedt over het algemeen op bij hogere geluidniveaus van de windturbines. Ook blijkt dat weerstand, zoals emotionele spanning en angst voor overlast, het geval van overlast kan vergroten. Er bestaat nog geen wetenschappelijk bewijs voor het ervaren van overlast als gevolg van windturbines en de effecten daarvan op de gezondheid. Negatieve gezondheidseffecten zoals bijvoorbeeld een verhoogde bloeddruk, hartziekten en gehoorverlies zijn, als gevolg van de windturbines, nog niet wetenschappelijk aangetoond. 

In het planMER zijn de milieueffecten in beeld gebracht. De gezondheid van omwonenden maakt deel uit van de verschillende onderzoeken in dit plan. Er zijn regels opgesteld voor geluid en slagschaduw. Het doel van deze regels is om mensen zoveel mogelijk te beschermen tegen de overlast van geluid en slagschaduw van windturbines. De wet heeft de regels voor de overlast van geluid gemaakt met behulp van wetenschappelijk onderzoek. Dit onderzoek gaat over de relatie tussen de overlastbeleving en de blootstelling aan verschillende geluidsniveaus. Op dit moment wordt dit opnieuw onderzocht voor de nieuwe landelijke normen die nu in de maak zijn. 

Het betekent niet dat overlast uitgesloten is. Overlast staat alleen niet gelijk aan de effecten op de gezondheid. Langdurige ergernis over de overlast van windturbines en het gevoel dat de kwaliteit van de leefomgeving is verminderd of zal verminderen kan negatieve gevolgen hebben voor het welzijn en de gezondheid. Dit geldt echter niet alleen voor windturbines, maar ook voor andere stressoren zoals wegverkeer en industrie.   

Het plaatsen van zes zeeturbines langs het Drongels kanaal is voor de opgave van 2030voor de gemeente Vught geen voorkeursscenario.

Zoals bij de vraag 'Waarom zijn er windmolens en zonnepaneelvelden nodig?' is toegelicht, blijkt op dit moment al dat er veel minder dakoppervlak mogelijk is om vol te leggen dan we hadden gehoopt. Een van de redenen dat een dak niet geschikt is, is omdat een dakconstructie het gewicht van de zonnepanelen niet kan dragen. Elk dak vraagt om maatwerk om te bepalen of het dak geschikt is of moet worden gemaakt. Ook moet de dak-eigenaar het dak beschikbaar willen stellen. Als laatste moet er dan bepaald worden wie daarvoor de investering gaat doen. Een investering voor zonnepanelen op een dak kan, vanwege onder andere de nodige versterking van het dak, erg duur zijn. Duurder dan bijvoorbeeld zon op land.

Op de website van het RIVM vind je meer informatie over windturbines, gezondheid en hoe het RIVM onderzoek doet naar de gezondheidseffecten van geluid van windturbines.  

In een artikel uit het RIVM magazine lees je meer over de maatschappelijke aandacht voor windturbines en gezondheid. In dit artikel schetst geluidsonderzoeker RIVM Elise van Kempen de stand van zaken in het onderzoek. GGD-medewerker Oscar Breugelmans gaat in op de maatschappelijke discussie.

PlanMER wordt niet vastgesteld. PlanMER kan eventueel wel wijzigen of aangevuld worden als uit gegronde reacties blijkt dat er nog wat extra onderzocht moet worden of aan toegevoegd moet worden. Dat is dan vervolgens een definitief PlanMERhiermee wordt het definitieve programma gemaakt. Het programma (beleid) wordt wel door de raad vastgesteld.

We hebben alle reacties op het PlanMER en zienswijzen op het Programma grootschalige opwek Vught verzameld. We bekijken en beoordelen vervolgens of ze gegrond zijn. Soms worden er suggesties gedaan om beter of verder onderzoek te doen. Dan kijken we samen met een extern bureau of het voorgestelde onderzoek een erkend en peer reviewed onderzoek is in de wetenschap. Ook kan het zo zijn dat mensen aandachtspunten meegeven, zoals bepaalde vogelsoorten die beter of nog onderzocht moeten worden. We passen  dan het document onderbouwd aan.   

We hebben veel zienswijzen ontvangen die gaan over de effecten op de gezondheid als er windturbines geplaatst worden. En ook over dat de windturbines zo dicht op de bebouwing geplaatst worden. Aan deze zienswijzen kunnen wij niet meer doen dan wat we nu gedaan hebben. In het PlanMER zijn de gezondheidseffecten meegenomen door de onderzoekers. Ook in de (vervolg) projectfase wordt dit gedaan. We blijven dus wel in iedere fase de gezondheidseffecten checken. 

Alle ingediende reacties en zienswijzen worden, in een participatieverslag, meegenomen richting de gemeenteraad. De raad weegt de ingediende reacties en zienswijzen mee in hun besluitvorming. Ook het inspreken tijdens de commissievergadering (voorafgaand aan de raadsvergadering) heeft invloed op de besluitvorming. Uiteindelijk worden in de raadsvergadering de definitieve besluiten genomen. 

Volgens de huidige planning wordt het Programma op 12 september 2024 door de gemeenteraad vastgesteld. In het programma wat vastgesteld wordt, staan een aantal zoekgebieden voor de grootschalige opwek van zonne- en windenergie. Bij de vaststelling van het programma krijgt de gemeenteraad ook een advies mee. In dit advies worden één of twee zoeklocaties geadviseerd waar de opgave tot en met 2030 ingevuld kan worden. 

Nadat de raad kiest voor de ontwikkeling in één of twee geadviseerde zoeklocaties, wordt er gestart met een tenderprocedure. 

In het programma staat beschreven hoe we deze tenderprocedure (aanbestedingsprocedure) met lokaal eigendom en met het inzetten van lokale partijen verder gaan aanpakken.

Trillingen die door een windturbine in de bodem worden veroorzaakt, kunnen we niet meten op afstanden die groter zijn dan enkele meters van de windturbine. Het is uitgesloten dat er (bodem)trillingen op honderden meters afstand van invloed zijn op de gezondheid.

Op basis van andere ervaringen van windturbines op land, blijkt dat de onderbouw (fundering) van een windturbine geen trillingen doorgeeft aan de ondergrond en de omgeving die kunnen leiden tot overlast. In 2014 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu laten weten dat de overdracht van trillingen door de grond niet mogelijk is. Dit is nauwkeurig bepaald door het meten van trillingsniveaus in de bodem rondom al bestaande windturbines.

Nederland bouwt enkele grote windparken op zee. Al die windparken samen moeten volgens het Klimaatakkoord in 2030 een capaciteit hebben van 11.000 Megawatt (MW). Dat is 40% van het huidige elektriciteitsverbruik in Nederland. Windenergie op zee gaat dus veel elektriciteit leveren, maar het is niet genoeg om heel Nederland van duurzame energie te voorzien. Nog meer elektriciteit uit windparken op zee halen is niet realistisch, Het is kostbaar en ingewikkeld om deze parken te bouwen. Daarom is ook grootschalige opwek op land nodig.

We willen voldoende duurzame energie opwekken om ook voldoende elektriciteit te hebben. Er wordt zoveel mogelijk ingezet op zon op grote daken. Hiervoor werken de gemeente en MKB Vught samen.

De onderzoeken, waaronder een praktijkstudie met enkele bedrijfsdaken, zijn nog niet afgerond. Tot nu toe laten de onderzoeksresultaten wel zien dat de daadwerkelijke dakpotentie helaas veel lager uitvallen dan wat wij als gemeente ambiëren. Daarom is het nodig om een groot deel van de opgave met zonnevelden en/of windenergie in te vullen. Een combinatie van beide is natuurlijk ook mogelijk.

In het Programma grootschalige opwek wordt uitgelegd dat Vught in 2030 0,05 terawattuur (TWh) aan duurzame energie moet opwekken. Dit groeit naar verwachting naar 0,15 TWh in 2050. Om aan de afspraken en aan de elektriciteitsvraag in 2030 en 2050 te kunnen voldoen is er, naast zonne-energie en andere energiebronnen, óók windenergie nodig. Met windenergie erbij kunnen we eraan bijdragen dat er in alle seizoenen en op alle tijdstippen voldoende duurzame energie is zonder dat het elektriciteitsnet overbelast raakt. Ook helpt windenergie om duurzame energie betaalbaar te houden. Windenergie is per kilowattuur goedkoper dan zonne-energie. En windturbines nemen netto minder ruimte in beslag. Daar komt bij dat windenergie vooral ook heel betrouwbaar en voorspelbaar is. 

Dit is een wens vanuit de energiecoöperaties. Daarnaast is er ook de behoefte om zon op dak te realiseren in plaats van op land. Mogelijk gaat een deel van de energieopbrengst naar het laden van auto's, maar blijft er ook een deel over voor de grootschalige opwek opgave.  

PlanMER wordt niet vastgesteld. PlanMER kan eventueel wijzigen of aangevuld worden als uit gegronde reacties blijkt dat er nog wat extra onderzocht moet worden of aan toegevoegd moet worden. Dat is dan vervolgens een definitief PlanMER, waarmee het definitieve programma wordt gemaakt. Het programma (beleid) wordt wel door de raad vastgesteld.

We merken het dagelijks en over de hele wereld: het klimaat verandert. Het wordt warmer en periodes van droogte of juist extreme regenval komen steeds vaker voor. Door onze energieproductie duurzamer te maken gaan we dit tegen. Nederland gaat daarom stoppen met fossiele brandstoffen zoals gas en kolen. Dit hebben we in 2019 vastgelegd in het Klimaatakkoord. Maar dan hebben we wel op grote schaal andere vormen van energie uit hernieuwbare bronnen nodig. De overstap van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen noemen we de energietransitie. Alle gemeentes in Nederland hebben afgesproken om hieraan mee te werken.  
 
Nederland is in regio’s ingedeeld om plannen te maken om aan de afspraken van het Klimaatakkoord te voldoen. Zo’n plan heet Regionale Energie Strategie (RES). De gemeente Vught werkt met de Regio Noordoost-Brabant aan de RES. In de RES Regio Noordoost-Brabant is afgesproken dat iedere gemeente zelf op duurzame wijze in de eigen energiebehoefte voorziet. Ook hebben we met elkaar afgesproken hoeveel duurzame energie we op moeten wekken om voldoende elektriciteit te hebben nu en in de toekomst. Elke gemeente moet hieraan een steentje bijdragen, ook de gemeente Vught. In de Regio Noordoost-Brabant is afgesproken dat iedere gemeente zelf op duurzame wijze in de eigen energiebehoefte voorziet. 

Als het bewolkt is of donker, wekken zonnepanelen weinig tot geen energie op. Dat zijn de momenten waarop windturbines meestal juist relatief veel energie opwekken. Zonne- en windenergie vullen elkaar dus goed aan. Dat is belangrijk, want we willen ervoor zorgen dat er in alle seizoenen en op alle tijdstippen voldoende duurzame elektriciteit is zodat je nooit zonder stroom zit. 

Ook voor het elektriciteitsnet is het belangrijk, dat duurzame energie verspreid over de dag wordt opgewekt. Zo voorkomen we file op het elektriciteitsnet (netcongestie). Het is net als bij een file op een snelweg als heel veel auto’s tegelijkertijd de weg opgaan. De capaciteit van het stroomnetwerk kan het niet aan als alle duurzame energie alleen wordt opgewekt op het moment dat de zon schijnt. We kunnen dus meer duurzame energie transporteren over hetzelfde elektriciteitsnet als we ook gebruik maken van windenergie. 

Er zijn wel mogelijkheden om energie op te slaan (en die ontwikkelen zich heel snel), maar voorlopig is dit nog niet voldoende om ons te kunnen beperken tot zonne-energie. Windturbines zijn daarnaast ook belangrijk om duurzame elektriciteit betaalbaar te houden. Het opwekken van windenergie is per kWh goedkoper dan het opwekken van zonne-energie.  

Om ons aandeel in de RES (Regionale Energie Strategie) doelstellingen te halen, hebben we een grondig en onafhankelijk onderzoek laten uitvoeren naar de milieueffecten van zonnevelden en windmolens voor de verschillende aangewezen zoekgebieden. Dit onderzoek is het PlanMER. Ook hebben we op verschillende momenten gesprekken gevoerd met inwoners tijdens bewonersbijeenkomsten, met wethouders van buurgemeentes en met onze stakeholders. Met al deze partijen zijn de zoekgebieden besproken en aandachtspunten en suggesties gevraagd voor de verdere uitwerking. Een overzicht van waar we vandaan komen en waar we naartoe gaan, is te vinden op de Tijdlijn grootschalige opwek

De uitkomsten van het PlanMER zijn gebruikt voor het Programma grootschalige opwek Vught. In het PlanMER is rekening gehouden met de totale opgave tot en met 2050. In het programma staat beschreven welke zoekgebieden geschikt zijn voor deze totale opgave. Daarbij wordt wel gefocust op de opgave tot en met 2030 en hoe de gemeente dit kan halen door het mede inzetten van de duurzame opwek van elektriciteit met grootschalige zonne- en windenergie. Het programma beschrijft waar binnen de gemeente Vught deze vormen van opwekken passen en onder welke voorwaarden. 

De tien gemeenten, twee waterschappen de Provincie Noord-Brabant en Enexis zijn gezamenlijk onderdeel van de RES-regio Noordoost-Brabant. Zij werken nog steeds samen aan de doelstellingen voor 2030 met een doorkijk naar 2050.

In de RES-regio Noordoost-Brabant is er voor gekozen om niet per definitie gezamenlijk opweklocaties te onderzoeken. Als we ergens mogelijkheden zien, dan worden die benut. Zoals bijvoorbeeld de samenwerking in de Duurzame polder tussen ’s-Hertogenbosch en Oss laat zien.

Vught ligt op de meest westelijke grens van de regio Noordoost-Brabant. Daarom is het belangrijk dat wij, naast regionale samenwerking in RES-regio, ook aansluiting vinden vinden met de gemeente Heusden, Tilburg en Oisterwijk. In RES-regionaal verband werken wij onder andere samen door kennis met elkaar te delen, door belangenbehartiging en door grootschalige inkoop van bijvoorbeeld energieadviezen.

Andere RES-regio’s hebben voor andere varianten gekozen. Zo wordt er in de regio Hart van Brabant gezamenlijk onderzoek gedaan naar opweklocaties. Het zijn vaak keuzes uit het verleden die bepalend zijn geweest voor de koers waar we nu op zitten. 

Cookie-instellingen